Les:
LA Starttoets A2 + introductie cursus.
Boek / pagina’s:
Geen vaste methodepagina. Deze les hoort bij week 1 van het cursusprogramma en dient als startmoment van de cursus.
Lesdoel:
Cursisten begrijpen hoe de cursus is opgebouwd en kunnen in eenvoudige zinnen zeggen wat zij in deze cursus willen leren.
Leeropbrengst:
Aan het einde van de les kan iedere cursist zichzelf kort voorstellen, zeggen waarom hij of zij Nederlands leert en één leerwens benoemen.
Hoofdvaardigheid:
Spreken.
Ondersteunende vaardigheid:
Luisteren.
Productieve taak:
De cursist stelt zichzelf mondeling voor en benoemt een leerwens.
Receptieve input:
Mondelinge uitleg van de docent over de cursusopbouw, de lesstructuur, het huiswerk en de verwachtingen.
Taalfocus:
Jezelf voorstellen, leerwensen benoemen en schooltaal rond cursus, toets en huiswerk.
Examenrelevantie:
Cursisten oefenen vanaf de eerste les met actief mondeling deelnemen, reageren op vragen en doelgericht werken.
Benodigd materiaal:
Starttoets, bord of scherm, schrift, pen, eventueel online vergadertool met breakout rooms.
VUT:
Vooruitkijken: de docent benoemt het lesdoel, legt kort uit hoe de cursus is opgebouwd en activeert voorkennis met de vraag waarom cursisten Nederlands leren.
Uitvoeren: cursisten maken de starttoets, doen een duo interview en voeren een korte voorsteltaak uit.
Terugkijken: cursisten benoemen wat zij in deze cursus willen leren en wat zij vanaf de volgende les moeten voorbereiden.
Tijdsindeling:
0 tot 15 min, lesdoel benoemen, cursus uitleggen, voorkennis activeren
15 tot 40 min, uitleg cursus en instructie starttoets (Gebruik docentoverzicht LES 1)
40 tot 60 min, starttoets eerste deel (Schrijven)
60 tot 80 min, duo interview en korte terugkoppeling
80 tot 95 min, pauze
95 tot 125 min, starttoets afronden (Lezen) of korte voorsteltaak uitvoeren
125 tot 145 min, hybride duo uitwisseling en terugkoppeling
145 tot 155 min, terugblik op leerwens en verwachtingen
155 tot 165 min, huiswerk uitleggen en voorbereiding volgende les
Woordenschatactiviteit:
Zet op het bord de woorden cursus, toets, huiswerk, spreken, luisteren, schrijven. Laat cursisten in duo’s drie woorden kiezen en per woord een eenvoudige zin maken, bijvoorbeeld: “Ik maak huiswerk.” en “Ik wil beter spreken.”
Instructie docent:
Leg in korte stappen uit wat er vandaag gebeurt. Eerst de starttoets, daarna kennismaken, daarna uitleg van de cursus. Houd de uitleg kort en laat cursisten daarna meteen iets met de uitleg doen.
Moment cursist aan het woord:
Laat cursisten in duo’s elkaar interviewen met vier vragen:
Hoe heet je?
Waar woon je?
Waarom leer je Nederlands?
Wat wil je beter kunnen?
Daarna vertelt iedere cursist één ding over de partner.
Functionele taak:
Stel jezelf voor aan een nieuwe docent of begeleider.
Modelzinnen:
“Ik ben …”
“Ik woon in …”
“Ik leer Nederlands omdat …”
“In deze cursus wil ik beter worden in …”
Check op begrip:
Vraag na de uitleg:
“Wat doe je thuis na de les?”
“Wat doe je als je afwezig bent?”
“Wat wil je in deze cursus beter kunnen?”
Werkvorm voor actieve deelname:
Duo interview plus korte terugkoppeling in de groep.
Praktijkleren in de les:
De cursist oefent een echte introductiesituatie die past bij school, werk, intake of begeleiding.
Praktijkleren buiten de les:
De cursist bereidt thuis woorden en inhoud voor die in de volgende les direct nodig zijn.
Hybride opdracht / werkvorm:
Cursisten in de klas werken in duo’s. Online cursisten gaan per twee in een breakout room. Na enkele minuten komt iedereen terug. Iedere cursist zegt in de hoofdgroep één zin over de partner.
Terugblik op opbrengst:
Laat iedere cursist de zin afmaken:
“In deze cursus wil ik beter worden in …”
Huiswerk:
Lees thuis pagina 9 tot en met 11. Noteer 6 woorden die je nog niet goed kent. Lees de dialoog hardop of luister ernaar als dat mogelijk is. Schrijf daarna 3 korte zinnen met woorden uit de woordenlijst van de volgende les. Dit huiswerk bereidt les 2 voor met lezen, woordenschat, luisteren en schrijven.